donderdag 7 november 2013

1954: In de lucht en op de snaren

In maart 1953 heb ik het artsdiploma ontvangen. Het vervullen van de dienstplicht was wegens de studie uitgesteld, maar nu moest het ervan komen. Ik had mijn voorkeur uitgesproken voor de Luchtmacht, en na een korte officiersopleiding werd ik tewerk gesteld op het Nationaal Luchtvaartgeneeskundig Centrum in Soesterberg. Alle vliegeniers, civiel en militair, werden hier iedere twee jaar onderzocht op geschiktheid. De  werkwijze was voor een groot deel ontleend aan die van dr Hubach (militaire vliegdienst in Ned. IndiĆ«) en in overeenstemming gebracht met die van onze bondgenoten.
Al gauw werd ik bij de overste Hordijk geroepen; hij deelde mij mee dat ik op de geneeskundige dienst van de (kleine) luchtmachtbasis Woensdrecht (N.Br.) zou werken bij de overste-arts Snepvangers. Daar kregen leerling-vliegers de eerste fase van de militaire vliegopleiding op de Fokker S11. Na 12 uren duo-vliegen en uren oefenen op de vluchtsimulator was ik bijna klaar voor een vliegbrevet. Dat heeft me overigens de handicap van een ernstige lawaaidoofheid bezorgd, waaraan ik vanf mijn 45e heb geleden.
Terzijde van het vliegveld bevond zich een grote werkplaats voor het onderhoud en de revisie van straalmotoren van de Gloster Meteor toestellen, die op grote luchtbases, zoals Volkel en Leeuwarden, gestationeerd waren. Voor een beginnende dienstplichtige arts was het een mooie uitdaging om  als bedrijfsarts daaraan verbonden te zijn.
Omdat de basis werd bewoond door een gezonde en jeugdige populatie was er voor de medische dienst niet heel veel te doen. Ik had een mooie ruime kamer en had geregeld wat tijd over voor lezen en cel studeren. Voor de avonden, als er op de basis niets te doen was, had ik muzikaal vertier in het nabij gelegen Bergen Op Zoom. Via een muziekhandel had ik partners opgespoord met wie ik een strijkkwartet heb gevormd. Ook kwam ik geregeld bij de pianoleraar De Groot, met wie ik tot wederijds genoegen een flink repertoire aan cellosonates heb ingestudeerd (Brahms, Debussy, Rachmaninov). Er was een zeer actieve muziekschool en een daarmee verbonden orkest dat bezig was fragmenten uit de opera Dido en Aeneas van Purcell in te studeren. Op de generale repetitie en de uitvoering mocht ik actief deelnemen, en het  recitatief van de sopraan als continuo ondersteunen. Heerlijk om aan zo'n dramatisch optreden mee vorm te geven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen