zondag 19 januari 2014

1996: Professor prooi van roofvis


We hebben 40 jaar lang een zomerhuis gehad in het Maarsseveense zoddengebied. Gebouwd op houten palen op een brede legakker, met terrassen en steigers rondom en een comfortabele zwemtrap die in het doorzichtige water afdaalde. Om een lange zwembaan vrij te houden was het nu en dan nodig de plantengroei onder het wateroppervlak weg te harken.
Op een zomerdag in 1996 keerde ik terug van een zwemtochtje. Een drijvende pluk van die dag losgeharkt aarvederkruid ontsierde de zwembaan. Terwijl ik die pluk met spartelende voet naar de kant werkte voelde ik dat die voet werd vastgegrepen door de stalen kaken van een ijzeren vossenklem zoals ik die wel bij een kippenboerderij in de buurt had gezien. Toen ik me nog verbaasde hoe zo'n wildklem in mijn zwemwater kwam, begonnen de stalen kaken aan me te trekken, met ritmische rukken. Het werd me duidelijk dat ik in gevecht was met een grote en sterke snoek.  Het rukken ging door en omdat ik het niet kon winnen bedacht ik een andere strategie: vluchten. Met een groot gebaar het gevangen been van me af trappend duwde ik het beest achteruit; hij was daardoor zo verbouwereerd dat hij losliet.
Zo snel ik kon zwom ik de laatste vijftien meter naar de zwemtrap terug, het water kleurend met een spoor van bloed. Ik dacht nog: als hij maar niet op dat bloed afkomt, dat doen haaien toch? De gescheurde huid was te besmet om te worden gehecht, en met een ontsmettende zalf en beschermend verband is de zaak goed genezen.
Een verslaggever van het Utrechts Nieuwsblad heeft melding gemaakt van deze uitzonderlijke gebeurtenis; het bericht is door enige grote dagbladen overgenomen. Zo kwam het dat ik tijdens de week dat ik met de voet omhoog aan het herstellen was een aantal bemoedigende telefoontjes heb gekregen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen